Er zijn mensen die precies weten welke cadeaus ze moeten geven – en er zijn mensen die dit talent jammerlijk ontberen. Goede gevers geven vrijgevig en van harte, het geven komt ze natuurlijk. Wat ze geven vult precies een leemte waarvan je nog niet wist dat hij bestond. Een shirt in een kleur die je verrassend goed staat, je nieuwe favoriete boek van een Nigeriaanse auteur die je nog niet kende, een kurkentrekker die precies nog in je keukenlade past… Het is een gave te kunnen geven, te voelen wat er nog mist voor iemand.
Slechte gevers – de meesten van ons, ben ik bang – geven onhandig en klunzig. Ze geven bijvoorbeeld precies wat op iemands lijstje stond. Een simpele bankoverschrijving was dan eigenlijk even doeltreffend geweest. Vaak is slecht geven ook gierig geven. Deze gierigheid hoeft niet financieel te zijn. Zelfs het duurste cadeau kan getuigen van een pijnlijk gebrek aan inspanning om iets te bedenken dat echt bij de ontvanger past. Helaas, vrijgevigheid is simpelweg niet iedereen gegeven.
Goed geven is dus een gave. Dit idee raakt aan inzichten van de dertiende-eeuwse zenmeester Dōgen Zenji, die in zijn essay Bodaisatta-shishobo stelt dat vrijgevigheid zelf een gift is. Als we zijn gedachtegang volgen, gebeurt er iets interessants. Geven en ontvangen beginnen van plaats te wisselen, totdat het onderscheid tussen ontvanger en gever op z'n kop staat. Wat kunnen we van deze gedachten leren met de feestdagen voor de deur?
De vier sociale relaties
Dōgen was een van de grondleggers van de Japanse Sōtō-zen, een tak van het boeddhisme die vooral draait om zazen, oftewel zitmeditatie. Maar uit zijn essays blijkt dat Dōgen niet alleen met meditatie bezig was: ethiek vond hij even belangrijk. Het gaat er niet alleen om dat je toewijding toont tijdens zazen, maar ook dat je in het dagelijks leven probeert het juiste te doen. De Boeddhaweg verschijnt pas echt als je oefent. Dat betekent ook dat je in gewone situaties bewust probeert te handelen volgens de leer.

Portret van Dōgen Zenji. Bron
Vanuit deze visie schreef Dōgen het essay Bodaisatta-shishobo, wat je kunt vertalen als "Vier Elementen van de Sociale Relaties van een Bodhisattva." In het Mahayana-boeddhisme is een bodhisattva iemand die zich inzet om het lijden van andere levende wezens te verlichten. Volgens Dōgen horen bij de relaties die een bodhisattva aangaat vier belangrijke elementen: vrijgevigheid, vriendelijk spreken, behulpzaam zijn en samenwerken. Dit lijstje stond trouwens al in de invloedrijke Lotus Sūtra.
Deze vier elementen kunnen ons helpen als we in het dagelijks leven worstelen om het juiste te doen. Het is al een prestatie om op je meditatiekussen te oefenen, maar zodra andere mensen in beeld komen, wordt het vaak meteen een stuk ingewikkelder. Deze elementen bieden richtlijnen die ons helpen met de echte oefening die pas begint zodra we onze medemensen ontmoeten – of het juiste cadeau voor hen zoeken met Kerstmis voor de deur.
Geven als ontvangen
Vrijgevigheid betekent letterlijk dat je vrijelijk geeft — zonder terughoudendheid, zonder berekening en zonder iets terug te verwachten. In zijn essay legt Dōgen de term in eerste instantie dan ook simpel uit: vrijgevigheid (Skt. dāna) is gewoon niet gierig zijn. Gierig zijn we, zegt hij, wanneer we geven om zelf iets te winnen, bijvoorbeeld wanneer we iemands gunst willen hebben. Maar vrijgevigheid begint pas als je kunt geven zonder er zelf beter van te worden.

Een geschenk. Bewerkt van bron
Dōgen geeft hiervan enkele voorbeelden. We kunnen bijvoorbeeld waardevolle bezittingen schenken aan mensen die we niet kennen, of we kunnen de dharma delen met wie daar oren naar heeft. Maar zelfs kleine giften tellen. Dōgen schrijft dat de simpele aalmoes van een enkel grassprietje kan volstaan – alhoewel ik met de feestdagen toch voor een ander cadeau zou gaan. Het gaat er dus niet om wat we geven, maar dat we geven in de geest van vrijgevigheid – niet gierig, maar vanuit volle overtuiging.
Vrijgevigheid is voor Dōgen niet alleen belangrijk omdat we er anderen in een directe zin mee helpen. Er gebeurt iets bijzonders wanneer we écht vrijgevig zijn. Als we vrijgevigheid tot in het extreme doortrekken, dan geven we alsof onze eigendommen nooit echt van ons zijn geweest. We delen ze dan namelijk net zo vanzelfsprekend alsof ze altijd al van iedereen waren. Maar wanneer we onze eigendommen behandelen alsof ze de ander al toebehoren, bestaat er opeens niets meer om te geven. Wat ik aan de ander geef, behoorde hem namelijk al toe!
Giften zonder gever
Dit sluit nauw aan bij een kernidee van het boeddhisme: er is geen ego dat eigenaar kan zijn van dingen in de wereld. Volkomen vrijgevig zijn betekent inzien dat ‘ik’ niets bezit, dat alles wat ik heb mij slechts tijdelijk is geschonken en dat ik niets voor altijd kan vasthouden, omdat alles voortdurend verandert.
Voor Dōgen betekent dit dat schenken en ontvangen niet goed te onderscheiden zijn. Dōgen schrijft bijvoorbeeld dat, wanneer we volledig vrijgevig zijn, onze bezittingen vanzelf geschenken worden. Ik denk dat hij bedoelt dat we normaal over onze bezittingen denken als iets waarop we recht hebben, omdat we ze zelf vergaard hebben. Maar als er geen 'ik' is dat ooit werkelijk iets kan bezitten, dan is alles wat we hebben als het ware een gift die we ontvangen hebben. Bezittingen worden dan dus giften.
Vrijgevigheid mondt daarom uit in een relatie tot de wereld waarin niets mijn bezit is en alles mij zomaar geschonken is. Dōgen beschrijft zo'n omslag in prachtige, poëtische taal. "Als we bloemen aan de wind overlaten en vogels aan de tijd, dan kan dat ook de waardige beoefening van vrijgevigheid zijn." Zulke handelingen zijn niet langer onze eigen verdienste, maar drukken het zo-zijn van de wereld uit — een gebeuren dat altijd al buiten ons ego om plaatsvindt. Is het inderdaad niet het grootste geschenk dat deze hele wereld er zomaar is, dat wij er zomaar zijn? Zonder dit geschenk viel er niets te geven!
Geef van harte!
Het is één ding om vrijgevig te leven als bodhisattva. Het is iets heel anders om in een webshop het juiste cadeautje voor de feestdagen te vinden. Maar zoals iedereen met wat kennis van zen weet, moeten we het transcendente niet van het banale scheiden. Volgens Dogen lijken ze meer op elkaar dan we zouden denken. Goed geven is een oefening in loslaten. Welke overtuigingen of gedachten staan ons in de weg om juist te geven? Zien we deze feestdagen wat de ander nodig heeft, zijn we bereid hier echt tijd voor te maken? Zulke vragen maken zelfs van online shoppen een kans tot beoefening van de bodhisattvaweg. "Er zijn momenten waarop de geest dingen kan veranderen," schrijft Dogen, "en dan is er vrijgevigheid waarin dingen de geest veranderen."
Wat heb jij te geven deze feestdagen?
Bronnen
Alle citaten zijn mijn vertalingen van de Engelse editie van de Shobogenzo van Nishijima en Cross.
Dōgen Zenji. Shobogenzo: Vol. 3. Vertaald door Gudo Wafu Nishijima en Chodo Cross. 1997.